All posts tagged stroom den haag

STROOM: expanded performance

Gisteravond debat bij @stroom_denhaag midden in de tentoonstelling ‘expanded performance’. Gebouw wordt langzaam getransformeerd. http://t.co/NIFsVHMY Dit is een blik op de lunchtafel van @stroom_denhaag . Mooi scheef is niet lelijk. En ook de werkplekken zijn aangepast. Kortom gaat dat zien – en ervaren- bij @stroom_denhaag. #denhaag http://t.co/VyTr5UMZ . De tentoonstelling maakt de ervaring van ruimte veel bewuster.

    Twitterrr: STROOM-Anthony Vidler

    Moet ik naar de lezing van Anthony Vidler? maar moet ik nu volgende week maandag naar Anthony Vidler bij Stroom in Den Haag? Of doet hij niet meer ter zake? Vanwege oorverdovende gejuich hier over lezingen van #Anthony #Vidler toch maar even gereserveerd voor zijn lezing bij #STROOM 20-6.

    De lezing zelf: Anthony #Vidler begon zijn lezing bij #stroom gisteravond zingend. Na afloop vertelde hij dat hij niet kan schaken. Het verhaal daar tussen in was interessant. Utopieën (en ideale steden) zijn nooit bedoeld om gerealiseerd te worden. #vidler ziet weinig nieuwe utopieën. Terwijl die in het Westen altijd van wezenlijk belang zijn geweest bij het sturen van ontwikkelingen. Maar goed, er zat ook iemand van #archined in de zaal, dus wie weet komt er nog een echt verslag! En anders kan je ook gewoon het volgende boek van Vidler lezen.

    Voedsel voor de stad

    Agnes Denes - Wheat field - A confrontation

    Agnes Denes - Wheat field - A confrontation

    [lang_nl]

    Tijdens de paasdagen zijn er in Nederland zo’n 96 miljoen maaltijden gegeten. Deze moesten geproduceerd, vervoerd, (op tijd) afgeleverd, gekookt, opgediend en gegeten worden. We staan eigenlijk nooit stil bij de logistiek van dit alles. Carolyn Steel, auteur van Hungry City, how food shapes our lives, doet dat wel en hield op 25 maart in Den Haag een lezing over de relatie tussen de beschikbaarheid van voedsel en de ontwikkeling van steden.

    De tegenstelling tussen stad en land is groter dan ooit. Overal op de wereld groeien steden en ontvolkt het platteland. Mensen lijken zich daarbij steeds minder te realiseren dat voedsel groeit en leeft. We zijn op het – overigens fantastische – programma Keuringsdienst van Waarde aangewezen om te zien waar ons voedsel eigenlijk vandaan komt. De voedselproductie vindt buiten het zicht van de stadsbewoner plaats. Melk komt voor hem uit de fabriek en vlees groeit op een plastic schaaltje. Als er al aan landbouw gedacht wordt dan is dat vooral in rustieke beelden die al lang niet meer de realiteit zijn.

    De tegenstelling tussen stad en land bestaat echter vooral in ons hoofd. De stad kan niet zonder land. De stad ontstond toen de mens de landbouw ging beoefenen. Vooral graan heeft bijgedragen aan de verstedelijking. Het is een makkelijk gewas om te verbouwen, te verwerken en te vervoeren. Het kan tegen een stootje en blijft lang goed. Steel legt de kiem van de (westerse) stedenbouw in Ur (zo rond 3500 v. Christus). De voedseldistributie was hier in religieuze handen. De pakhuizen lagen naast de tempel. De oogst werd eerst aan de goden aangeboden voor het naar de inwoners ging. Zij moesten langs een loket in de tempel om hun rantsoen op te halen.

    In Rome was de staat verantwoordelijk voor de verdeling van het voedsel. Het grootste deel van de één miljoen (!) inwoners was niet in staat om zelf voor voedsel te zorgen, en dus afhankelijk van staatssteun. De keizers wisten maar al te goed dat hun heerschappij voorbij zou zijn als er een hongersnood kwam – vandaar ook de uitdrukking ‘brood en spelen’. Het achterland van Rome was te klein om genoeg graan te produceren voor alle stedelingen. Een groot deel kwam dus per schip uit Carthago of Egypte. En niet alleen het graan kwam van ver, de vissaus (garum) kwam uit Spanje en de oesters zelfs helemaal uit Engeland. Waterwegen waren lang de belangrijkste aanvoerroute voor voedsel, het vervoer over water ging snel, was betrouwbaar en had de grootste capaciteit. Alleen het vee kwam over land aan. Dat kon immers zelf de stad binnen lopen.

    Tot ver in 19de eeuw bleef de staat bang voor oproer door voedseltekort. Voedsel moest in het openbaar, in de open lucht, worden verhandelt. De stad was dus vergeven van markten. Overal kwam je het voedsel en haar productieproces tegen. In elke stad zijn de sporen hiervan terug te vinden. Je hoeft alleen maar naar de straatnamen te kijken. Met de ontwikkeling van de stoommachine heeft de voedselproductie zich steeds verder uit de stad teruggetrokken. Trein en auto maakten het mogelijk om honderden kilometers verderop kippen te slachten, in te pakken en in te vriezen. De prijs van het product werd het bepalende aspect voor de koper. Hoe goedkoper hoe beter. Daarmee is de voedselproductie een commerciële onderneming geworden waarin de boer -en de gewassen of dieren- er nauwelijks meer toe doet.

    Carolyn Steel vraagt zich af of we niet respectvoller met ons voedsel dienen on te gaan. We gooien bijvoorbeeld gemiddeld een derde van ons voedsel weg. Ook is het overduidelijk dat de kosten van het voedsel niet de werkelijke kosten reflecteren. De schade door grootschalige monocultuur, het gebruik van pesticiden en landerosie wordt bijvoorbeeld niet in de producten doorberekend. Ook zien we een grote toename in de vraag naar vlees. Voor veeteelt zijn echter veel meer grondstoffen (water en voer) nodig dan voor landbouw. De grenzen van de groei van de landbouw lijken bereikt. We moeten volgens Steel op zoek naar mogelijkheden om de landbouw te verbeteren, maar ook naar manieren om de eetgewoonten (vooral de behoefte aan vlees) van de stadsbewoner te veranderen.

    Tijdens de lezing ging Steel kort in op de voorstellen die aan het begin van de vorige eeuw gemaakt zijn voor de ideale stad. In deze voorstellen werd er veel ruimte gegeven aan voedsel. ‘Broad Acre City’ van Frank Lloyd Wright voorzag in kavels van een halve hectare zodat een familie geheel in haar eigen behoeften kon voorzien. Ook in de Garden City van Ebenezer Howard was plaats voor het zelf verbouwen van voedsel. En in de tekst over de ideale samenleving, Utopia van Thomas Moore, staat het bewerken van het land zelfs centraal. Het romantische ideaal van families met hun eigen in een modderpoel wroetende varkens of vrolijke velden met verschillende gewassen zullen we echter nooit bereiken. Daarvoor is er simpelweg te weinig aarde.

    Steel zette vooral in op een mentaliteitsverandering bij de stadsbewoner. Laten we meer genieten van eten, was haar pleidooi. Laten we het bereiden en nuttigen van voedsel weer centraal stellen in ons leven. En, heel belangrijk, verminder de vleesconsumptie. De vraag is echter of deze mentaliteitsverandering realistisch is en voldoende effect zal hebben. Zelf zie ik eigenlijk maar één echte uitweg. De stad moet zelfvoorzienend worden of misschien kun je beter zeggen: de landbouw moet verstedelijken.

    Stroom Den Haag heeft in het verleden al eens een project gepresenteerd dat gebaseerd was op die gedachte: Pig City ontworpen door MVRDV. Pig City – of in de volksmond ‘de varkensflats’ – leidde overal tot heftig discussies. Een ander project waarin op nieuwe manieren naar landbouw wordt gekeken is Farmtycoon van Fabric. In dit project wordt niet grondgebonden landbouw geconcentreerd in enkele clusters. Met 14 clusters kan de gehele Nederlandse bevolking voorzien worden van voedsel.

    Gelukkig stond de interessante lezing niet op zichzelf. De avond vormde ook het startschot voor een tweejarige manifestatie van Stroom, Foodprint geheten, die de relatie tussen voedsel en stad als uitgangspunt heeft. Kunstenaars en architecten gaan daarbinnen op zoek naar de mogelijkheden van de stad als productielandschap. De enthousiasmerende lezing van Carolyn Steel was een prima introductie op dit thema. Nu maar hopen dat de rest van het project net zo smakelijk wordt.

    Deze recensie verscheen eerder op Archined

    [/lang_nl]

    [lang_en]Unfortunatly only available in Dutch. (see language button top right)[/lang_en]

    Pitch!

    p9170003web

    Vorig jaar heeft Stroom Den Haag een boekje uitgebracht waarin de deelnemers aan de Pitch! avonden in het zonnetje gezet worden. Op deze avonden mogen jonge Haagse architecten komen presenteren en vertellen over hun inspiraties, dromen, problemen. En  raad eens?  Ik sta erin. Samen met Sebastiaan Hermans en Ido de Boer (geen familie) heb ik de eerste Pitch! gedaan.Voor de publicatie mochten we poseren  op onze favoriete plek; Florencia in Den Haag.

    English:

    Last year Stroom Den Haag published a book containing featuring interviews with and images from the young architecture practices that participated in the Pitch! lecture evenings at Stroom. And guess what? I was the first one to do the Pitch. Together with Sebastiaan Hermans i presented our (at that time) shared dream and our motives for doing architecture. Now already 4 years later a book is there! Luckily we are allowed to pose this year for the picture in the book on our favourite spot: The italian ice salon Florencia in Den Haag.

    The publication is only available in dutch.

    pitch1x

    We rule this city

    werulethiscity2_web

    In het kader van de Dag van de Architectuur 2008 heeft Stroom Den Haag een boekje uitgebracht over macht en de stad. Aan de hand van verschillende soorten macht en bijbehorende projecten wordt een beeld geschetst van de invloed van deze machten op de gebouwde omgeving. Voor de publicatie heb ik renderingen en artist impressions opgevraagd van de verschillende projecten. In het boekje is nu duidelijk te zien hoe bij verschillende projecten deze beeldvormig een belangrijke rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de verschillende projecten.

    De opgenomen artist impressions zijn een klein onderdeel van het onderzoek dat ik momenteel aan het doen ben naar het waarheidsgehalte van de rendering.

    English:

    “We rule this city” is a publication made by Stroom Den Haag. I had the honour to contribute part of the research i am conducting on the role of artist impressions in the public debat about proposed projects. In the publication a slection of projects is shown from conception, rendering till the built form.

    The publication is only available in dutch.