All posts tagged rotterdam

gemaakt door Studio Ronald van der Heide

Fictieve Kabelbanen in Nederland: tussenstand – 43 stuks

Laatste update: 10-8-2016

Eens in de zoveel tijd weet je zeker dat het gebeurd. Op zoek naar een schoon en duurzaam alternatief openbaar vervoerssysteem dat tegelijkertijd aantrekkelijk is voor toeristen komt men uit bij de kabelbaan; Het wondermiddel. ( lees ook de Mock-atorial in Leegstand Leeft) 

Negen van de tien keer hoor je er, na het opperen van het idee, nooit meer van. Vandaar deze doorlopende poging voor het vastleggen van deze fictieve kabelbanen. Bekijk ze ook op Google Maps.

Eindhoven (2016)
Twee architecten uit Eindhoven stellen voor de Strijp met het station te verbinden. Veel mooie plaatjes, weinig businesscase. En ook niet gekozen door de jury. Read more…

Ken Yeang – BioClimatic City / Verticale stedenbouw.

In het kader van de Academie van Bouwkunst Rotterdam / AIR lezingenserie over de toekomst van Rotterdam -Rotterdam Reinvented- sprak op 28 maart 2008 de Maleisische architect Ken Yeang over hoogbouw, in het bijzonder over eco-skyscrapers.

Read more…

Rotterdam Centraal Station

Rotterdam Centraal station; niemand opgelet bij offsetten lijnen? De hoek is bar en boos geworden. http://t.co/PqW6kJNX Dubbel gecurvede hoeken zijn moeilijk. ( ook in aluminiumfolie) http://t.co/JrhE0AbU schoonheidsprijs wint het niet.

    Twitterrr: Adviezen in de cultuursector

    Vandaag Rotterdamse cultuuradviezen en volgens mij ook vandaag, of binnenkort de adviezen in #denhaag #bezuinigen #En Birkhauser is inmiddels overgenomen: http://t.co/X1mHTSth #Advies Rotterdamse Cultuurplan online: http://t.co/l2KgRqVC {pdf} en http://t.co/ePei5RaN #En hier vind u de adviezen over de Haagse cultuursector: http://t.co/rFLi7i69 #Die cultuuradviezen uit den haag en rotterdam zijn echt een aanradertje om te lezen. Geen blad voor de mond. Heftige oordelen. #

      Twitterrr: Rotterdam // AIR BUBBLE SUMOFFICE

      Is het een stadsstrand? Een zandstorm? De laatste toepassing van shared space concept? nee, het is het Weena in Rotterdam.

      Vanavond toch maar even wezen kijken bij AIR start up met BUBBLESUMOFFICE. Gemeenschappelijke deler is het schrijven als onderdeel van de bureaupraktijk. Volgens mij schrijft  SUMoffice om mogelijke thema’s te onderzoeken en verdiepen en gebruikt zij redactie-ervaring om haar werk haarfijn te presenteren. Voor bubble is schrijven een middel om debat los te maken dat zij kan inzetten naast (of in combinatie met) andere middelen zoals ontwerpen. Het is naar buiten gericht. Voor beide bureaus is het duidelijk dat schrijven integraal onderdeel is van  haar vakbeoefening. Op de vraag hoe schrijven (of misschien wel kritiek)  in hun ‘businessplan’ opgenomen is wisten beide bureaus geen echt antwoord te geven. Ze doen het wel, de meerwaarde die het voor hun oplevert is nog niet bekend, het zit dus nog gewoon in de aard van het beestje.

      En welke teksten zijn dan meer ‘waar’ of misschien zelfs ‘eerlijker’? Die van de analyticus die iets tot op de bodem uit wil zoeken en dat (uit altruisme misschien) met iedereen wil delen? Of die van degene die zich opwindt en ons van zijn standpunt probeert te overtuigen uit oprechte betrokkenheid? Enfin. Thuis is in zicht, goede nacht.

      Kansen op een veiligere stad

      Op 13 november organiseerde het Institute for Housing and Urban development Studies in samenwerking met AIR een avond rond het thema safe cities. Het was geen avond die ging over flitsende architectonische oplossingen of de nieuwste technologische middelen. Het ging vooral over beleid.

      Als hoofdsprekers waren Lydia Fitchko (directeur Social Policy, Analysis and Research in the Social Development division) en Denise Campbell (manager, Community Development) uit Toronto overgekomen. De criminaliteit is in Toronto van een andere orde dan in Nederland. Of zoals ze het zelf formuleerden: ‘We would love to have the crime rates of Rotterdam’. Om Toronto veiliger te maken is in 1998 het ‘Safe City Safer’ programma bedacht. In de vier ergste achterstandsgebieden – zeg maar Canadese Vogelaarwijken – zal de criminaliteit op een innovatieve manier worden aan gepakt. De bewoners van deze wijken hebben volgens Fitchko en Campbell niet gefaald, het is de overheid die heeft gefaald om kansen te creëren voor deze mensen. Eerste doel van het programma is dan ook het vertrouwen van de bewoners terug te winnen. Om dit te bewerkstelligen worden vertegenwoordigers van alle gemeentelijke diensten, van politie tot sociale woningbouw, in een NAT (Neighbourhood Action Team) opgenomen. In eerste instantie moeten de organisaties eerst van elkaar te weten komen wat zij precies in de wijk doen (vaak werken ze langs elkaar heen). Vervolgens proberen de diensten hun service te verbeteren. Ook moet het NAT op maat gesneden hulp gaan aanbieden. Er is bijvoorbeeld een programma voor jonge moeders waarin niet alleen een opleidingsplek is geregeld, maar ook kinderopvang en financiële ondersteuning bij het huren van een eigen woning.

      Het programma richt zich vooral op de jeugd. Samen met een Youth Council wordt een NAP (Neighbourhood Action Plan) opgesteld. De jongeren hebben bij het opstellen van dit plan het laatste woord. Zij zijn degenen die de beslissingen nemen. Voor het uitvoeren van deze NAPs is er niet meer publiek geld dan normaal beschikbaar. Wil men iets extra doen, dan zullen private partijen gevonden moeten worden die het beschikbare budget aanvullen. De eerste resultaten laten zien hoe dit werkt. Microsoft heeft bijvoorbeeld in één van de wijken een multimedia centrum gerealiseerd. Hier mogen jongeren gebruik maken van de faciliteiten en kunnen ze cursussen volgen. Naast het actief betrekken van de jeugd bij de projecten en het bieden van opleidingen, worden jongeren ook echt aan banen geholpen in zowel de private als publieke sector. Het programma bestrijdt dus niet direct criminaliteit, maar is gericht op de onderliggende factoren. De NAPs zijn bedoeld om de jongeren in de deze wijken te motiveren en mogelijkheden te scheppen voor een succesvolle deelname aan de stad.

      Een groter contrast met de Rotterdamse aanpak is niet mogelijk. Natuurlijk zag Arjen Littooij, directeur Veiligheid gemeente Rotterdam, dat anders. Vooral het ‘just do it’ gehalte sloot volgens hem goed aan bij het ‘geen woorden, maar daden’. Hij vertelde over het afschaffen van het plannen maken in Rotterdam, want plannen werden toch nooit uitgevoerd. In Rotterdam werken ze nu met actieprogramma’s en zijn er stadsmariniers aangesteld die vergaande bevoegdheden hebben. En net als in Toronto wordt alles gemeten. In Rotterdam gebeurt dat via de Rotterdamse Veiligheidsindex. Als zogenaamde verbetering op de objectieve methode in Toronto maken ze in Rotterdam voor 2/3 gebruik van subjectieve gegevens, dat wil zeggen, ze meten of u zich veilig voelt. Als uitsmijter van zijn verhaal beloofde Littooij dat Rotterdam de grenzen van de wet (en de moraal?) zal blijven opzoeken om haar inwoners te beschermen. Rotterdam blijft dus inzetten op Zero Tolerance en handhaving, terwijl de ervaring in Toronto leert dat die aanpak alleen niet voldoende is om safe cities te maken.

      Gelukkig redde Kristian Koreman (ZUS) het imago van Rotterdam. Hij vertelde in een kort maar krachtig verhaal over de rol die de ontwerper kan spelen bij veiligheidsvraagstukken. Het veilig voelen is volgens hem niet alleen het resultaat van handhaving, maar hangt ook samen met leefbaarheid van de publieke ruimte. ‘s Nachts alleen in een verlaten stad is immers wel veilig, maar voor de meeste mensen voelt dat toch niet zo. Hij verhelderde zijn stelling door regels op te sommen die volgens hem de stad een stuk leefbaarder en veiliger maken. Regels zoals: Zero Tolerance kost alleen maar geld; zijn er misschien manieren die op termijn geld opleveren? Zorg dat de publieke ruimte en veiligheidsmaatregelen mooi zijn vormgegeven. Accepteer onverwacht en onbedoeld gebruik van de publieke ruimte.

      De presentaties van Fitchko, Campbell en Koreman toonden aan dat veiligheid niet alleen draait om handhaving en repressie. Het gaat net zo goed om het creëren van kansen, het niet bang zijn voor onverwacht gebruik van de publieke ruimte en het niet buiten sluiten van mensen. Niet alle regels van ZUS zijn even gemakkelijk in de praktijk toe te passen, maar ze geven wel aan hoe belangrijk de stedenbouw, architectuur en vormgeving van de publieke ruimte is voor een gevoel van veiligheid. Misschien kunnen we de hopeloos subjectieve veiligheidsindex zelfs gebruiken. Niet om veiligheid te meten, maar om te bepalen waar toepassing van de regels van ZUS gewenst is.

      Tim de Boer | Den Haag | 01/12/2008 | verschenen op Archined

       

      Heijplaat: Oase in de haven?

      Op 18 juli vond de publieke eindpresentatie van de Summerschool Rotterdam Reinvented plaats, georganiseerd door de Academie van Bouwkunst Rotterdam. Onder leiding van een aantal ontwerpers hadden vier groepen internationale studenten gewerkt aan plannen voor het duurzaam ontwikkelen van Heijplaat.

      In maximaal 5 minuten mochten de docenten de uitgangspunten en resultaten van hun groep presenteren. Tijdens hun verhaal was er op de achtergrond een doorlopende presentatie van de betreffende groep te zien. Drie uitgenodigde internationale deskundigen gaven na elke presentatie kort commentaar: John Roberts (directeur Arup Energie London), René Hersbach (directeur duurzaamheid ING Vastgoed) en criticus Jaime Salazar. Erg scherp was het commentaar niet. Wie dacht dat er een harde discussie over duurzaamheid, Rotterdam en Heijplaat gevoerd zou worden kwam bedrogen uit. De opmerkingen van de deskundigen bleven vriendelijk en vooral eensgezind.

      Gelukkig hadden de vier groepen allemaal een andere invalshoek gekozen voor hun project. Daarmee werd in ieder geval een interessant beeld op de mogelijke toekomstige ontwikkelingen van Heijplaat geschetst. De Academie van Bouwkunst is zelf een pionier in dit gebied. Samen met het Albeda College nemen zij volgend jaar de RDM-campus in gebruik. De gemeente Rotterdam zal samen met woningcorporatie Woonbron de wijk Heijplaat transformeren in een nieuw en creatief woon- en werkgebied. De meeste bezoekers van de presentatie hadden trouwens al met de unieke ligging van Heijplaat kennis mogen maken voor de middag goed en wel begon. Zij waren net als ik met de boot vanaf de Erasmusbrug naar het schiereiland Heijplaat, ten zuiden van Schiedam, gevaren.

      De enige partij die echt iets kon opsteken van deze middag was Woonbron. De verzamelde plannen boden zoals gezegd een kijkje in de mogelijkheden om Heijplaat verder te ontwikkelen. Minst interessant was de groep die besloot voort te borduren op het industriële verleden van Heijplaat. Zij zochten naar een duurzame vernieuwing van de industriële functie op Heijplaat. Aan het nieuwe complex had deze groep een attractieve en opvallende vorm gegeven. Het complex was bovendien energieneutraal. De jury vroeg zich echter terecht af of functiemenging van wonen en werken niet veel meer op zijn plaats was op deze locatie. Iets dat de andere groepen wel hadden voorgesteld.

      Een tweede plan richtte zich op mobiliteit. Duurzame infrastructuur is zo ontworpen dat zij niet steeds opnieuw aangepast hoeft te worden en tegelijk voor iedereen toegankelijk is. Deze groep zette onder meer in op openbaar vervoer. In de praktijk wordt openbaar vervoer vaak onvoldoende of te laat gerealiseerd bij nieuwe projecten. Heijplaat zelf is daar een goed voorbeeld van. De boot naar het centrum vertrekt eens per 40 minuten. Aangezien duurzame infrastructuur niet alleen gebaseerd kan zijn op openbaar vervoer heeft deze groep ook veel aandacht besteedt aan de benadering van het gebied met de fiets en auto.

      Misschien wel het meest realistische voorstel bestond uit de volgende drie programma onderdelen: een groene (woon)gemeenschap gericht op rust, bodyculture, groen en relaxing; een innovatief deel gericht op de IT- en financiële sector en een educatief programma gericht op ontwerpen (lees: de Academie). Zij omarmde de kwaliteit van het gebied (de splendid isolation) en proberen deze in te zetten bij de verdere ontwikkeling van Heijplaat. In dit voorstel was duurzaamheid geen halszaak, eerder een bijgedachte. De groep vond, en daar was de zaal het eigenlijk wel mee eens, dat sociale cohesie ook een soort duurzaamheid is. Woonbron zag trouwens een wellness centrum op het oude quarantaineterrein wel zitten, mits betaalbaar natuurlijk.

      In het laatste ontwerp was duurzaamheid als belangrijkste leidraad gebruikt. In dit ontwerp produceerde Heijplaat zijn eigen energie en voedsel. Helaas was deze gesloten kringloop alleen mogelijk als de inwoners allemaal vegetarisch waren of vis gingen eten. Vlees was, vanwege de benodigde oppervlakte, niet binnen Heijplaat te produceren. Er was volgens de aanwezige deskundigen één probleem met deze aanpak. Dat had te maken met schaal. Welke problemen kan je zinvol oplossen en op welke schaal? John Roberts haalde het nieuwe beleid in Londen aan als voorbeeld hoe het niet moet. Elk gebouw in Londen moet voortaan 20 procent van zijn eigen energiebehoefte produceren. Op zich een nobel streven, maar sommige problemen kan je beter op een grotere schaal oplossen. Want dan kun je volgens hem gebruik maken van betere locaties en schaalvoordelen. Voor individuele gebouwen kun je veel beter inzetten op energiebesparing. Met slimme, maar onsexy maatregelen (zoals spaarlampen) bespaar je al gauw meer dan 20 procent.

      Een mooi voorbeeld van een (bijna) gesloten kringloop uit de echte wereld (overigens geheel losstaand van deze dag) is het Deense eiland Samsø. Dit eiland is in 10 jaar tijd veranderd van energiegebruiker in energieproducent. Door middel van windenergie, biomassavergisting en verbranding wordt er inmiddels meer elektriciteit en warmte opgewekt dan er wordt verbruikt. Dit houdt echter niet in dat het eiland een gesloten kringloop heeft. Het verkeer op het eiland en de veerpont gebruiken nog steeds fossiele brandstoffen en de mensen eten er ook nog steeds vlees. Dit wordt echter gecompenseerd door meer duurzame energie te produceren en het overschot te exporteren naar het vasteland.

      Tijdens de vier presentaties kwamen ook de beperkingen van de gestelde opgave naar boven. Er was in de ontwerpen geen aandacht voor de zeespiegelstijging en de hogere temperaturen in de stad als gevolg van de klimaatverandering. Maar dit leidde niet tot een discussie tussen de deskundigen of in de zaal. Sterker nog: er was geen afsluitende discussie. We mochten meteen aan het bier. Veel wijzer over duurzaamheid op Heijplaat werden de bezoekers dus niet. Behalve dat op dit moment de boot richting het centrum zo weinig gaat dat het eigen botenbezit onder Rotterdamse architecten de komende jaren wel eens flink zou kunnen stijgen. Of dat nou zo duurzaam is?

      Tim de Boer | Den Haag | 10/09/2008 | verschenen op Archined