All posts tagged blauwe kamer

12

Eerst het gebouw; Daarna het plein

Het Koningin Julianaplein voor Den Haag Centraal is al decennialang een hoofdpijndossier. Maar nu ligt er een ambitieus plan dat definitief een einde moet maken aan de troosteloosheid van het plein. Voor tijdschrift Blauwe Kamer legde ik de drie inzendingen voor de ontwerpcompetitie naast elkaar. Nu te lezen via Blendle.

https://blendle.com/i/reporters-online/eerst-het-gebouw-dan-het-plein/bnl-tpomagazine-20161006-98277

Grabbelton van bezuinigingen

[lang_nl]

Edit: Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden dat de twintig ambtelijke commissies haar rapporten aanbod aan het demissionaire kabinet. Deze rapporten zullen in de formatiebesprekingen wel degelijk nog een rol gaan spelen. HIeronder mijn bijdrage aan de blauwe kamer:

Op 1 april bood Balkenende de rapporten van de twintig ambtelijke heroverwegingscommissies aan de leden van de Tweede Kamer aan. De ambtelijke commissies hebben op twintig terreinen de mogelijkheden onderzocht om 20% op de overheidsuitgaven te bezuinigen. Deze terreinen beslaan gezamenlijk substantiële delen van de overheidsbegroting zodat een totale bezuiniging van 29 miljard mogelijk is. De rapporten zijn -volgens Balkenende- bewust niet opgesteld vanuit een bepaalde blauwdruk of visie op de overheid. Alle politieke partijen kunnen de voorstellen dus gebruiken bij de voorbereidingen op de verkiezingen. Het is te hopen dat de politiek zich niet laat verleiden tot het blind grabbelen in de voorstellen. Juist nu is een helder beeld over de toekomst van Nederland belangrijker dan ooit.

Bij het opstellen van de rapporten is de financiële doelstelling leidend geweest. Samenhang tussen de maatregelen ontbreekt, het is een ratjetoe van vergaande bezuinigingen geworden. Uit de voorstellen blijkt dat de bezuinigingen die een volgende kabinet moet doorvoeren een grote effect kunnen hebben op de manier waarop Nederland wordt ontworpen en gebouwd. De mogelijke bezuinigen richten zich namelijk niet alleen op de woningmarkt, maar ook op de leefomgeving, infrastructuur en het openbare bestuur.

Voordeel van de gebruikte aanpak is dat thema’s die vroeger nadrukkelijk onbesproken bleven nu opeens wel op de agenda staan. Uit het rapport dat de bezuinigingen op de woningmarkt onderzoekt blijkt dat er op de huidige woningmarkt ontzettend veel geld wordt rondgepompt. Niet alleen via de hypotheekrenteaftrek (mede door de uitvinding van nieuwe bankproducten die bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek maximaliseren), maar ook door middel van de huurtoeslag, de inflexibele beprijzing van sociale huurwoningen op gewilde locaties, het ‘scheefwonen’ en de steun aan woningcorporaties. De markt lijkt zo niet meer optimaal te functioneren. De voorgestelde ingrepen op de woningmarkt zijn echter niet bedoeld om de woningmarkt te verbeteren. Zij zijn bedoeld om in 2015 minimaal 20% te bezuinigen op overheidsuitgaven zonder de woningmarkt te ontwrichten.

De voorstellen op het gebied van infrastructuur bevatten ook wonderlijke redeneringen. Zo wordt voorgesteld het reizen per spoor (en per auto) op piekmomenten duurder te maken -bijvoorbeeld door een spitsheffing- zodat de behoefte aan mobiliteit op die momenten afneemt. Volgens het rapport zal daardoor de groei van de mobiliteit stagneren en zijn investeringen in de infrastructuur niet meer nodig. Maar wat als dit niet werkt en de behoefte wel toeneemt? Ga je de prijs dan nog verder verhogen? De behoefte proberen af te stemmen op de beschikbare infrastructuur levert misschien op de korte termijn winst op maar biedt geen robuuste oplossing voor de toekomst. Het aanleggen van de toch noodzakelijke infrastructuur kan volgens de commissie in een minder luxe uitvoering. De inpassing van de nieuwe infrastructuur in stad en landschap -tunnels, overkluizingen, geluidschermen- vraagt nu teveel budget. Ook de projectgroep leefomgeving en natuur beknibbelt op kwaliteit. Binnenstedelijk herontwikkelen en natuurontwikkeling zijn beide erg kostbaar. Alternatieven als bouwen in landschappelijk minder waardevolle gebieden en het afstoten van natuurgebieden buiten de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) zijn volgens de commissie goedkoper.

In alle rapporten is de beperking van de invloed van de overheid opvallend. Zelfs voor het openbaar bestuur zijn er allerlei varianten bedacht om minimaal 20% te besparen. De grootste besparing is daar te realiseren door de middelste bestuurslaag (provincies en waterschappen) te saneren. Het Rijk en ongeveer 25 a 30 grote regiogemeentes blijven dan als overheden over. Mochten er echt zulke grote veranderingen plaatsvinden dan hoeft dat natuurlijk geen ramp te zijn. In de Nederlandse geschiedenis is alleen in de twintigste eeuw sprake geweest van een sterke sturing door de rijksoverheid. De overheid zal gewoon minder vaak als trekker van de ontwikkelingen optreden. De burger zal het nu in toenemende mate weer zelf moeten doen. Dit vraagt niet alleen om heel andere plannings- en bouwprocessen maar ook een mentaliteitsverandering bij de burger. Het is te hopen dat de politieke partijen (en de komende regering) de ratjetoe van bezuinigingsvoorstellen negeert en een heldere visie op de taken van de overheid en de rol van de burger ontwikkelt zodat de veranderingen niet alleen leiden tot een bezuiniging van 20% op de rijksbegroting maar ook tot een grotere betrokkenheid van de burger bij de ontwikkeling van Nederland. Want die burger zal het de komende jaren moeten doen.

Dit artikel verscheen eerder in de Blauwe Kamer 2010 – 3

[/lang_nl]

Kort nieuws & commentaar: 2010-04-18

  • Ton Matton eat your heart out: eenvoudige huisjes staan ook in Nederland: http://yfrog.com/1ncbccj
  • Gisteren overhaast een stuk voor de nieuwe Blauwe Kamer aangeleverd. Als het goed is ligt de #BlauweKamer nu bij de drukker.. Welke effect kunnen de bezuinigingsplannen hebben op de inrichting van Nederland?
  • Volgende week dinsdagmiddag: opening tentoonstelling 16 plannen Cultuurcluster Spuiplein in Stadhuis Den Haag. Uit betrouwbare bron stelt de productie van 16 toonaangevende bureau’s enigzins teleur. Toch maar kijken disdagmiddag.

Onderzoekslab Continued – Onderzoekslab toont waarde van snel onderzoek

[lang_nl]

Zes onderzoekslabs onder de titel ‘Nederland wordt anders’, presenteerden onlangs hun resultaten. Werkloze ontwerpers konden zich daarmee in de schijnwerpers spelen. Maar heeft het vak er ook iets aan behalve dat er 85 werklozen van de straat waren?

Het Atelier Rijksbouwmeester heeft de afgelopen maanden hard gewerkt om van de labs een succes te maken. Gratis accommodaties voor de onderzoeksteams om ter plekke te kunnen werken, sponsoring in de vorm van software en werkmateriaal en uiteindelijk – na een langdurig gevecht met Sociale Zaken en het UWV – een onkostenvergoeding om de reiskosten van de deelnemers te dekken. Op 14 januari vonden in Utrecht de eindpresentaties plaats van de eerste zes onderzoekslabs.

In de labs deden werkeloze ontwerpers onbetaald onderzoek naar opgaven die van belang zijn voor het hele land. Deze opgaven konden door belanghebbenden worden aangereikt. Het Atelier Rijksbouwmeester trad tijdens het onderzoek op als opdrachtgever om te voorkomen dat de onderzoeken te veel op gewone opdrachten gingen lijken. Het moesten vooral onderzoeken worden die het talent van de deelnemers zouden ontwikkelen en nieuwe manieren van werken zouden opleveren.

Verscheidene labs bleven echter steken in de casestudie met een aanpak die niet vertaald werd naar een algemeen geldende methode. Zoals het Onderzoekslab Almere Haven. Uit de analyse van de opgave kwam een erg interessant gegeven naar voren. De groei van Almere vindt eigenlijk alleen plaats in nieuwe wijken. Voor het ontwikkelen van de stad als geheel zou het beter zijn als ook een flink deel van de bouwopgave in de oude wijken werd gerealiseerd. Maar de groep deed weinig met dat gegeven. Voor de transformatieopgave stelden de ontwerpers een gereedschapskist met mogelijke ingrepen voor. Daar werden op 14 januari twee realistische ontwerpen uit gepresenteerd. Een mogelijke verdichting bleef daarin onbesproken. Algemenere uitspraken over opgaven in vergelijkbare wijken werden ook niet gedaan. Het resultaat was vooral interessant voor de woningbouwcorporatie.

Ligt het belang van de labs dan in de methode van onderzoek in plaats van in het resultaat? Opvallend was dat er vaak een directe dialoog is gezocht met de bewoners. Bij de eindpresentatie werd dat gebracht als een belangrijke vernieuwing. Het leek mij eerder een gevolg van de onduidelijke opdrachtsituatie. Als je geen echte, betalende opdrachtgever hebt ga je je eigen opdrachtgever zoeken.

In Nagele leverde het betrekken van de bewoners echter wel een meerwaarde op. Daar wilde de lokale politiek graag gebruik maken van het ‘gratis’ lab om haar plannen uit te laten werken. De deelnemers, onder begeleiding van architect Pi de Bruijn voelden daar weinig voor. Zij zagen dat in Nagele al jarenlang een machtsstrijd speelt die steeds maar weer uitloopt op uitstel en afstel van plannen. Door samen te ontwerpen met de bewoners wordt er niet alleen vanuit de onderzoekslab druk gezet op de politiek en ambtenarij. Ook vanuit de bevolking staat de gemeente nu onder druk iets met de resultaten te doen. Het onderzoekslab Nagele heeft zo voorkomen dat zijn plan meteen op de stapel met oudere plannen zal belanden. De politiek staat voor het blok. Dit is tegelijkertijd de kracht en de zwakte van dit onderzoekslab. De status van het onderzoek – gratis en van buitenaf aangestuurd – betekent dat je buiten het moeras van de lokale politiek kan blijven. Maar in een mogelijke volgende fase kan je weer niet om de lokale politiek heen.

In de aankondiging van het onderzoekslab werd nadrukkelijk gesproken over multidisciplinair werken. Helaas bleek het grootste deel van de deelnemers werkeloos architect. In de groepen kan dan ook nauwelijks sprake zijn geweest van multidisciplinair werken. Het onderzoeklab Y-Placemakers – gericht op participatie van jongeren bij gebiedsontwikkeling – had daar een eigen oplossing voor gevonden. Zij huurden samen met de betrokken woningbouwcorporatie Ymere, junior consultants uit de doelgroep om te helpen bij het onderzoek.

Bij de presentaties vond iedereen het toch eigenlijk heel gek dat er niet meer van dit soort snelle onderzoeken aan de markt worden gegund. En niet alleen omdat je daar werkelozen mee bezig kan houden. Juist dit soort – eigenlijk stedenbouwkundige – onderzoeken kunnen een opdrachtgever enorm helpen om de potenties van een gebied in kaart te brengen. Dus waarom kan Utrecht geen studie betalen naar de potenties van het Jaarbeursterrein? En als Ymere zo graag met jongeren wil cocreëren, waarom betaalt Ymere dat onderzoek dan niet zelf?

Het is gek om iemand op zijn fatsoen aan te spreken – het Atelier Rijksbouwmeester roept de markt op om meer onderzoek te laten doen – als je zelf een serie onderzoeken opstart waarbij je gebruikt maakt van gratis personeel. Daarmee geef je nu net het verkeerde voorbeeld. Namelijk dat onderzoek het niet waard is om voor te betalen. Als ‘Nederland wordt anders’ bij opdrachtgevers kan leiden tot bewustwording over de rol van onderzoek zou dat mooi zijn, maar daar was op de presentatiedag nog niet veel van te merken.

De resultaten en een verslag van de presentatiedag zijn te vinden op www.nederlandwordtanders.nl

Dit artikel verscheen eerder in de Blauwe Kamer 2010-2.

[/lang_nl]

[lang_en]

This article, written for the Blauwe Kamer magazine, focusses on the results of the researchlabs that were initiated by the Rijksbouwmeester to help young architects in these times of crisis. Unfortunately the results are mixed.

And an English translation is not available

[/lang_en]

Waardeverlies Wallen kost Amsterdam hoofdbrekens

image from wikimedia commons

Postcodegebied 1012 is het visitekaartje van Amsterdam. Dit drukke stuk binnenstad bevat het station en de toegang tot de rest van de stad. Hier is ook één van de grootste toeristische trekkers te vinden: de Wallen. Met ‘Plan 1012’ wil Amsterdam dit hele postcodegebied meer allure geven en een belangrijke economische opwaardering mogelijk maken. Voor de Wallen heeft deze gentrification grote gevolgen.

In Plan 1012 wordt de raamprostitutie met de helft teruggebracht. De gemeente zegt zo de illegale en gedwongen prostitutie te bestrijden en de voor criminaliteit gevoelige functies op de Wallen beter te kunnen controleren. Amsterdam wil dat de Wallen zich ontwikkelen tot een hoogwaardig creatief district met een mix van wonen, creatieve bedrijven, mode en hotels in plaats van louter prostitutiegebied. Tegenstribbelende prostituees en eigenaren beweren dat er op dit moment weinig tot geen misstanden in de sector zijn en dat zo hard ingrijpen helemaal niet nodig is. Zij beschuldigen de gemeente van het zwartmaken van de ondernemers in het gebied om zo ruimte te maken voor de door de gemeente gewenste ontwikkelingen.

De gemeente Amsterdam kiest met Plan 1012 voor een strategie gebaseerd op sleutelprojecten. Op een aantal centrale locaties ontwikkelt de gemeente samen met woningcoöperaties projecten die marktpartijen moeten overhalen ook te investeren in het gebied. Inmiddels zijn er op deze locaties heel wat panden aangekocht maar de echte vernieuwing laat op zich wachten. In de ramen van deze panden vindt nu Red Light Fashion District plaats, een manifestatie waarin modeontwerpers hun werk presenteren achter de ramen waar vroeger de prostituees hun werk deden.

De economische crisis heeft de impasse in het herstructureringsproces verergerd. Verschillende partijen dreigen zich uit de projecten terug te trekken vanwege de hoge kosten. Zij weten dat de gewenste omschakeling naar een luxe economie gebaseerd op merkenwinkels, hippe hotels en creatieve bedrijven niet van de ene op de andere dag zal gebeuren. Zij denken nog lange tijd verliezen te moeten afschrijven. Tsaiher Cheng (Boundary Unlimited) heeft een simpele rekensom gemaakt waaruit duidelijk blijkt waarom. Als we uitgaan van een pand met vier ramen leveren dat per maand 24.000 euro op (100 euro huur per raam per shift, 2 shifts per dag, 30 dagen). De hogere etages van het pand worden meestal niet eens verhuurd. Met een woonbestemming levert hetzelfde pand 6.000 euro op (voor het gemak passen er ook 4 luxe appartementen in het pand, 1500 euro huur per appartement). Het verschil is enorm. NV Stadsherstel onderzocht daarom de mogelijkheden om zelf ramen te gaan exploiteren gedurende de planvorming om inkomsten te generen. Daar lijkt Stadsherstel echter nu van af te zien omdat het toch wel gevoelig ligt om als semi-overheidsinstelling prostitutie te faciliteren.

Plan 1012 is een atypisch voorbeeld van gentrification. Normaal gesproken gaat immers de economische waarde gestaag omhoog zodra de plannen uitgevoerd worden. Op de Wallen zal die niet alleen eerst (drastisch) zakken omdat de meeste bedrijven die er nu zitten gigantische omzetten draaien. Ook de andere ondernemingen in het gebied zijn afhankelijk van de enorme stroom bezoekers die de prostitutie genereert. Het is daarnaast maar de vraag of de nieuwe mix ooit zoveel economische waarde zal hebben als de prostitutie en aanverwante activiteiten nu genereren.

De gemeente Amsterdam koos bovendien rare locaties om te herontwikkelen. Zo moet het gebied rond het Oudekerksplein raamvrij worden. Dit gebied bevat een aantal stegen met raamprostitutie die nu elke avond vollopen met toeristen en andere geïnteresseerden. Deze stegen zijn nauwelijks twee meter breed. Welke normale huurder wil daar nu gaan zitten? En wat heeft die daarvoor over aan huur? Deze gebouwen kunnen waarschijnlijk nooit zoveel opbrengen als er nu mee wordt verdiend.

De aanpak van het gebied was daardoor al een lastige klus in tijden van economische voorspoed. De investeringen zijn immers niet meteen terug te verdienen. Er moet op een langere termijn dan gebruikelijk worden gedacht. Nu commerciële en semicommerciële partijen zich terugtrekken uit het project blijft er van de illusie van een door de markt uitgevoerde herstructurering weinig over. Om de oorspronkelijke doelstellingen te halen zal de gemeente meer moeten doen dan de ramen via de Bibob-wetgeving te sluiten en op te kopen. Zij zal het ontbrekende kapitaal moeten bijleggen om de door haar gewenste mix van functies te realiseren.

Dit artikel verscheen eerder in de Blauwe Kamer 2010-1.

Het artikel is gebaseerd op onderzoek van en gesprekken met Tsaiher Cheng van Boundary Unlimited. Zij doen onderzoek naar andere mogelijkheden om de Wallen op te waarderen dan de methode die de gemeente gekozen heeft. Zij richten zich vooral op de intensivering van het gebruik. Daarvoor kijken zij naar de typologieën die in Taiwan en andere landen in het verre oosten ontstaan om de creatieve sector ruimte te huisvesten. Maar daarover later meer!