All posts in Architectuurkritiek

Martin Creed, foto A. van Kaam, via museum Voorlinden

Museum Voorlinden: Cactus zonder stekels

Museum Voorlinden is een klassiek museum laten bouwen dat voortbouwt op bestaande conventies over het presenteren van kunst. De kunst moet centraal staan en het gebouw doet er bij wijze van spreken niet toe. Toch speelt het ontwerp  een belangrijke rol. Lees mijn artikel waarin ik het museum en de kunstpresentatie ontleed.

https://www.cultureelpersbureau.nl/2017/04/museum-voorlinden-cactus-zonder-stekels/

renderbingo

Renderbingo: 10 tips voor het lezen van Artist Impressions

Ontwikkelaars prijzen projecten tegenwoordig steeds vaker met realistischer ogende impressies aan. Zelfs de IKEA catalogus bestaat grotendeels uit digitale plaatjes. Specialistische bureaus maken voor iedereen de mooie afbeeldingen. En toch.

De plaatjes moeten verleiden. De architect of ontwikkelaar kiest de perspectieven die het plan het beste tot zijn recht laten komen. Dus hoe weet je als leek nu wat er straks komt te staan? Hoe moet je de impressies lezen?

Lees de tien tips via blendle: https://blendle.com/i/reporters-online/10-tips-voor-het-lezen-van-artist-impressions/bnl-tpomagazine-20170314-108229

foto: Ossip.

Den Haag, Wel flaneren, niet dansen in de Grote Marktstraat.

Voor de Blauwe Kamer recenseerde Tim de Boer de nieuwe inrichting van de Grote Marktstraat in Den Haag. Een straat waar nog wat aan te sleutelen valt.

Kosten noch moeite zijn gespaard om van de Grote Marktstraat in Den Haag een aantrekkelijke winkelstraat te maken waar auto’s en trams uit verbannen zijn. De hoogwaardigheid van de afwerking staat buiten kijf. Aan de functionaliteit valt nog wel te sleutelen.

lees het hele verhaal via Reporters Online / Blendle. https://reportersonline.nl/den-haag-wel-flaneren-niet-dansen-de-grote-markstraat/

12

Eerst het gebouw; Daarna het plein

Het Koningin Julianaplein voor Den Haag Centraal is al decennialang een hoofdpijndossier. Maar nu ligt er een ambitieus plan dat definitief een einde moet maken aan de troosteloosheid van het plein. Voor tijdschrift Blauwe Kamer legde ik de drie inzendingen voor de ontwerpcompetitie naast elkaar. Nu te lezen via Blendle.

https://blendle.com/i/reporters-online/eerst-het-gebouw-dan-het-plein/bnl-tpomagazine-20161006-98277

gemaakt door Studio Ronald van der Heide

Fictieve Kabelbanen in Nederland: tussenstand – 43 stuks

Laatste update: 10-8-2016

Eens in de zoveel tijd weet je zeker dat het gebeurd. Op zoek naar een schoon en duurzaam alternatief openbaar vervoerssysteem dat tegelijkertijd aantrekkelijk is voor toeristen komt men uit bij de kabelbaan; Het wondermiddel. ( lees ook de Mock-atorial in Leegstand Leeft) 

Negen van de tien keer hoor je er, na het opperen van het idee, nooit meer van. Vandaar deze doorlopende poging voor het vastleggen van deze fictieve kabelbanen. Bekijk ze ook op Google Maps.

Eindhoven (2016)
Twee architecten uit Eindhoven stellen voor de Strijp met het station te verbinden. Veel mooie plaatjes, weinig businesscase. En ook niet gekozen door de jury. Read more…

Twitterrr: Interview Architectuurkritiek

    http://t.co/dMljPwM5 Interview met mij te lezen op de website  van ‘de Architect’ ( via @merelpit) @basvanderpol @MerelPit Een goede tweet past in elk interview!

    Nu nog meer aan het nadenken gegaan over het belang van ons vak en hoe weinig we erin slagen dit over te brengen aan de rest van de mensen in Nederland. Er kijken miljoenen mensen naar verbouwingsprogramma’s, mensen kopen design, maar een architectuurboek is al succesvol als er hoogstens 4000 exemplaren zijn verkocht. wat doen we fout?

      Het nieuwe Nederlandse Landschap

      Energiewinning heeft in Nederland  altijd sporen in het landschap achtergelaten. De veenplassen in Zuid Holland zijn het resultaat van het afgraven van het laagveen dat werd als turf opgestookt. Toen deze bron op was kwam er in het noordoosten een bloeiende turfeconomie in het hoogveen tot stand.  Voor de mijnbouw zijn er daarnaast grote dennenbossen aangeplant. Wat wij nu als waardevolle -en daarom beschermde– landschappen zien is vaak het resultaat van (open) mijnbouw in het verleden.

      De recente energieproductie op basis van delfstoffen heeft in Nederland echter niet of nauwelijks tot een impact op het landschap geleid. Olie en gas worden immers diep onder de grond gewonnen. Welke impact zullen duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie, vergisting en windenergie, dan hebben op het landschap?

      Zonnecellen worden  in Nederland meestal geplaatst op het dak of verwerkt in de daken of gevels van nieuwe gebouwen. De nieuwe stationsoverkapping in Rotterdam heeft bijvoorbeeld zonnecellen die direct in het glas verwerkt zijn. Grote zonne-energiecentrales zoals in Californië komen in Nederland niet voor. De impact van  zonne-energie blijft beperkt tot de stedelijke omgeving.

      Bio-(mest)-vergistingsinstallaties worden steeds verder opgeschaald. Zodra meerdere boeren samen zo’n installatie gaan exploiteren ontstaat er een behoorlijk grote ‘fabriek’ die niet meer onopvallend op een boerenerf kan worden ingepast. Naast de installatie zelf heeft ook het telen van de toeslag-gewassen (deze zijn nodig om de vergisting te ondersteunen) invloed op het landschap. Waar eerst aardappels stonden kan dan bijvoorbeeld energiemais van vijf meter hoog komen te staan.

      Windmolens zijn van grote afstand te zien in ons vlakke landschap. Zij roepen dan ook het meeste verzet op. De discussie over de plaatsing van windmolens gaat vaak over de vervuiling van de horizon, geluidsoverlast voor omwonenden en aantasting van het historische karakter van het landschap. In het huidige beleid moet bij elke windmolenlocatie opnieuw onderzoek worden gedaan naar de landschappelijke impact. Steeds meer partijen komen nu tot het inzicht dat een grootschalige omschakeling op duurzame energie  (vooral windenergie) niet kan gebeuren op basis van dit ad-hoc plaatsingsbeleid. Het is beter -en sneller- om vanuit het landschap eerst te bepalen waar er windmolens mogen komen.

      Een goed voorbeeld daarvan is de Provincie Noord-Holland die, samen met de gemeente Wieringermeer, tot het inzicht kwam dat de ambitie voor windenergie in die gemeente zo groot is, dat uitgaan van behoud geen optie meer is. Als voorbereiding op deze grote ingreep in deze – verder lege – polder is in 2009 een windweekend georganiseerd. Tijdens deze manifestatie stond windenergie in al haar vormen centraal. Zo werd de bevolking betrokken bij de plannen, en begrip gekweekt voor de  grote impact die het plaatsen van de nieuwe turbines heeft.

      Tegelijkertijd zijn landschapsarchitecten aan de slag gegaan om de mogelijkheden voor plaatsing en de invloed daarvan op het landschap te onderzoeken. Door de grote hoogte van de molens (ashoogte 120 meter en tiphoogte 180 meter) zal die impact niet gering zijn. In de uitwerking van de plannen zullen de bestaande molens (ongeveer 35) verdwijnen. Door in een keer een plan te maken voor de hele polder  is meteen voor de bewoners duidelijk hoe dat er uit komt te zien. Er kan geen ‘wildgroei’ optreden.  Er wordt een nieuwe laag aan het landschap toegevoegd die aansluit op de bestaande structuren in de polder.

      Een ander belangrijk verschil met het huidige beleid is dat Wieringermeer meent dat een deel van de winst van de uiteindelijk te plaatsen 200-400 MW ten goede dient te komen aan de inwoners van de gemeente. Nu gaan alle opbrengsten nog naar de exploitanten. Profiteren kan op veel manieren – De Windvogel is daar natuurlijk een goed voorbeeld van. Het kan ook een beetje anders: bij een van de huidige locaties doet de exploitant elk jaar een bijdrage aan de kas van de bewonersvereniging. Hoe de plannen er precies uitzien maakt de gemeente 14 maart bekend.

      De plaatsing van de nieuwe windmolens zal de Wieringermeer voorgoed veranderen. Er wordt een nieuwe laag duurzame energiewinning aan het landschap toegevoegd. Het zorgvuldig ontwikkelde windplan garandeert dat de plaatsing niet tot een onrustig beeld zal leiden en vergroot de betrokkenheid van de bewoners. Misschien worden zij wel zo trots op het resultaat dat de Wieringermeer over honderd jaar een beroemd -en beschermd –  landschap is.

      Voor het windplan Wieringermeer zie na 14 maart: www.wieringermeer.nl. Zie ook het boek Energielandschappen van Tom Bade. <update april 2011: Provincie Noord Holland wil in de nieuwe regeerperiode geen windenergie op land meer>.

      Dit artikel verscheen in de Windvaan, het blad van de windmolenvereniging De Windvogel.

      Kort – Archello // nieuwe bloggers

        Dit vraagt [of vroeg ] om korrel zout: Rt Archello heeft afgelopen vrijdag haar 200.000e fan op Facebook mogen verwelkomen. @michielvanraaij ik vind ‘fans’ op Facebook gewoon een raar begrip.Wat heb je eraan? Maar voor jullie natuurlijk alle lof voor deze mijlpaal. [ inderdaad heeft Archello meer dan 200.000 fans, chappeau! Welke strategie zit achter deze enorme schare fans? ]
        Fantastisch eerste blog van de nieuwe blogger Tim Habraken (bij @deArchitectNL) . http://fb.me/VZwH4pH3 #Welkom in digitaal blog discussieland @koningsberger Blogpost#1: ‘De bebouwde omgeving, een uiting van kunst’ http://t.co/Ux4znku #

          Down Detour Road – Ontwerp, een omweg waard?

          @LEVSarchitecten heeft mijn favoriete boek van 2010 gerecenseerd in hun blog: http://goo.gl/bzrf0 (DownDetour Road – Eric Cesal – kopen) Nu hoef ik dat dus niet zelf meer te doen. Ik ga wel even mijn eigen kladrecensie ernaast leggen. Zijn er overeenkomsten?


          Ontwerp, een omweg waard?

          De flaptekst beloofde een smeuïg – en herkenbaar- verhaal over de belevenissen van een pas afgestudeerde Amerikaanse architect. Hoe zou het hem vergaan tijdens de economische crisis? Ik had de flaptekst beter moeten lezen, want na enkele hoofdstukken zat ik diep in een manifesto over de toekomst van de architect. In Down Detour Road waarschuwt Eric J. Cesal voor een wereld waarin voor ontwerpen geen plek meer is.

          Het boek begint met een beschouwing van de maatschappelijke positie van de architect. De architect heeft als persoon een positief imago. Architecten worden in de mainstream media meestal als succesvol, creatief en interessant weergegeven. De dagelijkse praktijk van de architect is echter – in tegenstelling tot beroepen met vergelijkbare sociale posities, zoals advocaten of doktoren-  geen onderwerp voor films of tv-series.

          De vergelijking met advocaten en doktoren maakt Cesal vaker in het boek. In tegenstelling tot architectuur zijn beide beroepen bijna onmisbaar geworden. Binnen hun vakgebied zijn ze monopolist. Er zijn geen tv-programma’s over doe-het-zelf opereren – “Verbouw je buurvrouw” of doe-het-zelf strafzaken – “Kan je je beste vriend redden in de rechtbank?”. Cesal illustreert dit ook treffend met de mop over een advocaat, dokter en architect die, zonder geld, een bar bezoeken. De barman kan de vaardigheden van de dokter of advocaat wel gebruiken. Maar een architect? Daar heeft hij geen emplooi voor.

          Cesal stelt dat de positie van de architect in het bouwproces steeds verder wordt uitgehold. Tegelijkertijd geeft hij aan dat de bezorgdheid hierover niet nieuw is. Al in de jaren ’60 werd er op gewezen. Dit is deels een autoriteitsprobleem. In de rechtszaal en het ziekenhuis is de positie van de dokter of advocaat vanaf het begin duidelijk. Een advocaat moet zijn zaak beargumenteren voor een hogere macht en is zodanig daaraan ondergeschikt. Een dokter staat juist aan het hoofd van een team (verplegers, anesthesist, laborant) om het beste resultaat voor de patiënt te krijgen. Als architect hebben we die vaste positie in het bouwproces niet. Bij elk nieuw project moet de architect zich een nieuwe rol aanmeten.

          In de twee  schema’s geeft Cesal treffend aan welke uitkomsten het ontwerpproces kan hebben voor de opdrachtgever en de architect. Een opdrachtgever wil bouwen. Hij heeft dus alleen succes als het gebouw daadwerkelijk is opgeleverd. Een architect kan ook veel hebben aan een niet-gebouwd, maar veel gepubliceerd ontwerp. Het ontwerpproces is voor de opdrachtgever dus niet relevant, zolang er maar iets wordt gebouwd. Voor de architect is ontwerpen juist veel belangrijker, want dat kan onafhankelijk van het bouwen toch resultaat opleveren. De opdrachtgever wil –nu nog meer dan in financieel betere tijden – alleen betalen voor het resultaat, het proces daarnaartoe is onbelangrijk.

          De architect moet dus continue aantonen dat ontwerpen iets extra’s oplevert. Een voorbeeld dat Cesal geeft is de vaak gehoorde klacht dat het gebouw ‘goedkoper moet’. Cesal toont aan dat dit meestal niks met kosten te maken heeft. Het gaat om het rendement dat het gebouw oplevert. Als de architect duidelijk kan maken dat door 50.000 euro meer te investeren het gebouw 100.000 euro meer oplevert zal de opdrachtgever dat zeker laten meewegen in de beslissingen. Het verdiepen in de achtergronden van een gebouw kan het ontwerp dus ten goede komen, zolang de architect bereid is verder te kijken dan zijn eigen vakgebied.

          Een ander verschil met de advocatuur of medicijnen is dat de beloningspiramide in de architectuur heel steil is. Een kleine, smalle top heeft een bovengemiddelde beloning; Er is echter ook een hele brede onderlaag die juist ver onder de gemiddelde beloning zit. De verleiding om een gokje te wagen in een aanbesteding of prijsvraag is dan ook groot – want dit is vanuit de individuele ontwerper gezien de kortste weg naar een betere positie.

          Ook in Nederland verzetten architecten bergen werk in aanbestedingen en competities zonder de opdracht te krijgen  Fred Schoorl twitterde bijvoorbeeld recent: “Gekke aanbestedingen? Er kwam een geval ter sprake waarbij de gunning ging naar een bieder van -1 Euro tov een partij die 0 bood #goedbezig“. En Harm Tilman rekende onlangs op zijn blog van de Architect nog uit wat een normale aanbesteding de deelnemende bureaus kost. Het komt erop neer dat een opdrachtgever voor weinig geld een enorme keuze uit ideeën krijgt. Gezamenlijk hebben de deelnemers echter voor een heel laag uurloon gewerkt.

          Cesal laat de consequenties zien wanneer alle individuen handelen voor een maximaal resultaat. Het individuele handelen heeft gevolgen voor de gehele beroepsgroep. De genoemde problemen zijn niet los van elkaar op te lossen. Het vraagt samenwerking – tussen de top en de brede onderlaag-, zelfbeheersing en een nieuwe houding ten opzichte van de opdrachtgever. Ook roept het vragen op over het gemak waarmee architecten hun ideeën verkopen. De kiem daarvoor wordt volgens Cesal al in het onderwijs gelegd. De komende tijd is het dus zoeken naar nieuwe modellen om te voorkomen dat de architect met lege handen achterblijft.

          Cesal geeft in Down Detour Road daarvoor al een zoekrichting aan. De relevantie van het ontwerpen kan worden aangetoond door nieuwe, uitvoerbare, ruimtelijke oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken.

          Architectuurkritiek

          RT @kazys: further re: http://bit.ly/eUOuNT ook in het buitenland is een discussie over de rol van architectuurkritiek. Lees @kazys zijn reactie op de vermeende ‘crisis’ in architectural critism. .. http://bit.ly/gz58kZ -> klopt dit ook in Nederland?